Profieldeel – de samenhang met andere vakken

4.1 De student kan visies op het onderwijs in dans en drama en cultuur koppelen aan visies op leren van leerlingen (zoals leren in een rijke leeromgeving, sociaal constructivisme, de leerstijlen van Kolb, meervoudige intelligenties) en de visie van de school.
4.2 De student kan de stadia van ontwikkeling volgens Piaget relateren aan stadia van dansante en dramatische ontwikkeling en op basis daarvan het onderwijsprogramma verantwoorden.
4.3 De student kan in afstemming met de jaarplanning een onderwijsprogramma (bijvoorbeeld een project, thematisch onderwijs of onderwijsarrangement) ontwerpen waarin één of meer vakken uit het leergebied Kunstzinnige oriëntatie (dans, drama en/of muziek of beeldend), en vakken uit andere leergebieden in samenhang aan de orde komen.
4.4 De student is bekend met culturele instellingen rond de scholen (musea, theaterpodia, centra voor kunst en cultuur, buitenschoolse opvang) met een relevant buitenschools kunst- en cultuur-aanbod en kan dit aanbod inpassen in of afstemmen op het onderwijsprogramma van de school.