4.1 De student kan visies op het onderwijs in dans en drama en cultuur koppelen aan visies op leren van leerlingen (zoals leren in een rijke leeromgeving, sociaal constructivisme, de leerstijlen van Kolb, meervoudige intelligenties) en de visie van de school. Posted on 05 February 2015 by Holger … Continue reading →
3.4 De student kan inspelen op het gegeven dat leerlingen buiten de basisschool mede gevormd worden door dans en drama/theater op televisie, internet en via andere media. Posted on 05 February 2015 by Holger … Continue reading →
3.3 De student kan dans en muziekactiviteiten zodanig op maat maken dat leerlingen met bepaalde leerproblemen, dan wel talenten en/ of leerstijlen, de aan hen aangeboden leeractiviteiten op een adequate, en op een bij hen passende manier of niveau kunnen uitvoeren. Posted on 05 February 2015 by Holger … Continue reading →
3.2 De student kan vragen en ideeën van leerlingen verbinden aan dansante en dramatische aspecten en kan anticiperen op respectievelijk leer- en ondersteuningsbehoeften in de verschillende leeftijdscategorieën. Posted on 05 February 2015 by Holger … Continue reading →
3.1 De student kan binnen dans- en dramalessen variëren in manieren van oriënteren, begeleiden en evalueren/nabespreken en daarbij reflecteren op de verschillen. Posted on 05 February 2015 by Holger … Continue reading →
2.3 De student kan onderwijs in dans en drama koppelen aan relevante culturele thema’s en is in staat om (voor diverse groepen) n.a.v. actuele gebeurtenissen dans en drama activiteiten te ont-wikkelen. Posted on 05 February 2015 by Holger … Continue reading →
2.2 De student is in staat om op schoolniveau de inhoud voor de vakken dans en drama te ordenen in leerlijnen van onderbouw naar bovenbouw en daarbij het Materie-Vorm-Betekenis model voor dans en drama te hanteren in relatie met Tussendoelen en Leerlijnen (TULE). Posted on 05 February 2015 by Holger … Continue reading →
2.1 De student heeft inzicht in de principes van leerstofordening in relatie tot de leerlijnen voor de vakken dans en drama. Posted on 05 February 2015 by Holger … Continue reading →
1.3. De student kan praktijkgericht onderzoek doen naar het effect van (eigen) didactische aanpak (inzet van strategieën, benadering van leerlingen, interactie, samenwerkend leren etc.) en keuzes voor didactisch materiaal in samenhang met de eigen onderwijsvisie, de visie van collega’s en van de school. Posted on 05 February 2015 by Holger … Continue reading →
1.2. De student heeft inzicht in de consequenties van gangbare en vernieuwende onderwijsvisies voor de wijze waarop het onderwijs in dans en drama wordt benaderd. Posted on 05 February 2015 by Holger … Continue reading →